“Het klonk alsof iemand nagels in de muur sloeg. Tien minuten later stond Marcel hier plots in zijn ondergoed, helemaal bebloed.” Na vier jaar in de loopgraven en nog een jaartje bezetting van het Duitse Rijnland keert Aloïs Verjans in 1919 terug naar Genk. Terug in de armen van zijn vrouw Florentine... die de oorlogsjaren met ‘familievriend’ Marcel heeft doorgebracht. Een verwoestende klap is het voor die laatste. Aloïs loopt in de weg, zoveel is duidelijk. Maar heeft Marcel wel als enige de kogels afgevuurd, zoals hij zelf beweert?